In dit artikel zullen we Sjamanisme in detail onderzoeken en alles wat u erover moet weten. Van de oorsprong tot de relevantie ervan vandaag de dag, via de implicaties ervan in verschillende aspecten van het dagelijks leven. Sjamanisme heeft de aandacht getrokken van mensen uit verschillende vakgebieden en met verschillende interesses, waardoor debatten en reflecties zijn ontstaan die het huidige panorama verrijken. Daarnaast zullen we onderzoeken hoe Sjamanisme in de loop van de tijd is geëvolueerd en wat de impact ervan is op de samenleving, evenals mogelijke toekomstige implicaties die zouden kunnen voortvloeien uit de huidige aanwezigheid ervan. Maak je klaar om de fascinerende wereld van Sjamanisme te betreden!
Sjamanisme is een streven naar het manipuleren van bovennatuurlijke machten door een sjamaan die contact zou kunnen maken met geesten en de geestenwereld, veelal om op die manier door geesten veroorzaakte ziektes te genezen. Het komt en kwam voor in diverse culturen en traditionele geloven verspreid over de hele wereld, met elk hun rituelen en praktijken.
De term sjamanisme komt van het Toengoezische šaman; ša betekent weten, een sjamaan is iemand die weet. Het stamt waarschijnlijk via het Chinese sha-men, een boeddhistische monnik, af van het Sanskriet sramana (श्रमण), asceet.[1]
Mircea Eliade stelde dat sjamanisme vooral een techniek is om tot extase te komen en in de strikte vorm een religieus fenomeen uit Siberië en Centraal-Azië is.[2]:4 Hij beschreef echter voorbeelden van over de hele wereld.
Max Deeg gaf als kenmerken:[3]
Volgens Ronald Hutton zijn er vier verschillende definities voor sjamanisme:[4]
Sjamanisme is gebaseerd op de veronderstelling dat de zichtbare wereld met onzichtbare krachten of geesten is doordrongen die het leven van de levenden beïnvloeden. In tegenstelling tot animisme en animatisme, dat gewoonlijk door een groot aantal leden van een maatschappij wordt beoefend, is voor sjamanisme gespecialiseerde kennis of capaciteit vereist. Sjamanen zijn echter niet georganiseerd in fulltime rituele of geestelijke verenigingen, zoals priesters.
Sjamanisme is meer een techniek dan een filosofie of organisatie. Het meest kenmerkende aspect van sjamanisme is dat de sjamaan direct contact maakt met de geestenwereld door in trance te geraken. Mircea Eliade gaf de definitie; een sjamaan specialiseert in een trance waarin zijn/haar ziel wordt geacht het lichaam te verlaten en op te stijgen naar de hemel of af te dalen in de onderwereld en noemt de sjamaan technicus van het heilige.
Een sjamaan wordt ook wel medicijnman genoemd. Beide termen worden door elkaar gebruikt, alhoewel er wel degelijk verschil bestaat tussen een sjamaan en (Indiaanse) medicijnman. Westerse antropologen gebruiken de term sjamanisme zowel voor de praktijken van sjamanen als medicijnmannen.
Antropologen en etnologen beschrijven vormen van sjamanisme die overal verschillend kunnen zijn en soms samenvallen met andere functies, zoals stamhoofd. Er werden (en worden) nog andere termen gebruikt voor de beoefenaar van sjamanisme, zoals priester, ritueel-specialist, heler, medium, orakel, kruidendokter, heks of tovenaar.
De lokale benaming voor de sjamaan verschilt per gebied.
Bij de Jakoeten werd de sjamaan beschouwd als de knecht van de geesten. Zowel mannen als vrouwen konden sjamaan worden, maar vrouwen werden beschouwd als machtiger. Zenuwaandoeningen werden beschouwd als een teken dat iemand was verkozen door de geesten. Sjamanen hadden bij de Jakoeten als belangrijkste taken de genezing van zieke mensen en het voorkomen van rampen. Ook diende de sjamaan als waarzegger. Smeden werden gerelateerd aan de sjamanen en smeden behandelden ook ziekten en konden ook profetische voorspellingen doen of advies geven. De smid werd ook toegedicht macht te hebben over de geesten, omdat gedacht werd dat geesten bang waren voor het geluid van ijzer. Rond 1820 waren bijna alle Jakoeten bekeerd tot het Russisch-orthodoxe geloof, maar dit geloof werd en wordt vaak vermengd met oude sjamanistische gewoontes.
Sjamanisme komt al voor tijdens de Shang-dynastie.
Er zijn sjamanistische rituelen beschreven door buitenstaanders, zoals een seance van de Saami in de Historia Norwegiæ (twaalfde eeuw). In de Finse mythologie worden sjamanistische rituelen beschreven en uit diverse grotschilderingen kan ook afgeleid worden dat sjamanisme een belangrijke invloed had op de oude Finnen.
De Oirat-Mongolen worden in de dertiende eeuw voor het eerst genoemd als een bosvolk dat door sjamanistische stamhoofden werd geregeerd. Veel sjamanistische mythen uit Mongolië gingen verloren in de zestiende eeuw, toen het Tibetaans boeddhisme werd ingevoerd. In Siberië kwam het al in de tiende eeuw onder druk te staan.
Tot de zeventiende eeuw hingen de Kalmukken het sjamanisme aan, waarna ze overgingen op de Gelugpa. Ook zijn er veel volken die zich officieel bekeerden, maar toch ook het sjamanisme bleven volgen (zoals de Negidalen en Dolganen).
De Russisch-orthodoxe Kerk en vanaf 1917 de communisten vervolgden sjamanen,[6] bijvoorbeeld bij de Oedegeïers, Ketten, Evenken en Evenen.
De Nenetsische sjamaan werd geclassificeerd naar spirituele trouw en functie en naar ervaring. In de achttiende eeuw begonnen missionarissen van de Russisch-orthodoxe Kerk te evangeliseren. Nenetsen die zich niet wilden bekeren, vluchtten naar West-Siberië, waarbij naar verluidt hun goden werden verbrand en vernietigd, wat weer leidde tot haat en wrok onder de Nenetsen. In Siberië ontstonden ook onrusten door de gedwongen bekeringen tot het christendom, de extreem hoge belastingen en uitbuiting door handelaren. Met name in de negentiende eeuw kwamen de Nenetsen daar regelmatig in opstand. In de jaren 1870 werd een gedeelte van de Nenetsen gedwongen zich te hervestigen op Nova Zembla.
Het overheidsbeleid om de jeugd te vervreemden van de taal en gebruiken van het volk, zo werden ze bijvoorbeeld al jong uit huis geplaatst, leidde tot opstanden. Zoals de Kazymopstand, waarna het Chantische culturele en religieuze (sjamanisme) leven volledig onder controle van de staat werd gebracht en waar dit de groot-communistische gedachte niet ondersteunde volledig werd verboden.
In 1957 werd een decreet uitgevaardigd, waarbij de overheid het wettelijke recht kreeg op de kinderen van de nomadische volkeren vanaf het moment dat ze werden geboren tot het moment dat ze hun onderwijsperiode hadden voltooid.
Naast groepen die zich bekeerden of juist het oude geloof bleven aanhangen, ontstonden religieuze bewegingen zoals het boerchanisme (met elementen uit het sjamanisme en lamaïsme) als een symbool tegen de Russische kolonisatie. Deze religie gelooft dat de, van Dzjengis Khan afstammende, mythische Oirat Khan terug zal komen als messias om de Altaj te bevrijden van de Russische overheersing en het christendom en hen zou laten terugkeren naar de situatie van voor de Russische en Chinese overheersing.
Ondanks vervolging zijn op veel plaatsen nog sjamanistische rituelen tot in de huidige tijd blijven bestaan. De Korjaken zijn tot de dag van vandaag nog grotendeels sjamanisten. Door bijvoorbeeld plaatsing op de Lijst van meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid wordt geprobeerd om sjamanistische rituelen ook voor de toekomst te bewaren. Voorbeelden zijn Boysun, Danoje en Ganggangsullae.
Ashiq staat symbool voor de Azerbeidzjaanse cultuur. Een ashiq is vergelijkbaar met een mystieke troubadour, die zingt en zich begeleidt op het saz instrument. Deze traditie heeft zich vanuit de sjamanistische filosofie van de oude Turkse volkeren ontwikkeld. Ashiq muziek is in 2009 door de UNESCO uitgeroepen tot meesterwerk van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid.
Het voor-islamitische sjamanisme heeft zijn sporen achtergelaten in het volksgeloof van Hunza. Zo hebben kinderen soms donkere make-up rond de ogen om berggeesten af te weren.
Nog altijd bestaan er volken die volledig zijn afgezonderd van de buitenwereld en hier komt sjamanisme nog altijd voor, zoals bij de Akuntsu. Op Bali en Borneo wordt nog contact gezocht met natuurgeesten en in de mythologie spelen deze figuren nog altijd de hoofdrol. De meeste Monpas behoren tot de gelugsekte van het Tibetaans boeddhisme en de sjamanistische bön.
Sinds 1991 is het beoefenen van religie, zoals Tibetaans boeddhisme en traditioneel sjamanisme, weer toegestaan in Mongolië.