In dit artikel duiken we in de spannende wereld van Decentralisatie. Van de oorsprong tot de relevantie ervan in de huidige samenleving, we zullen alle relevante aspecten van deze Decentralisatie onderzoeken. We zullen de impact ervan op verschillende gebieden analyseren, de mogelijke implicaties ervan en de rol die het speelt in het dagelijks leven van mensen. Daarnaast zullen we de toekomstperspectieven van Decentralisatie onderzoeken en hoe dit de manier beïnvloedt waarop we leven, werken en met elkaar omgaan. Gedurende dit onderzoek zullen we het belang van Decentralisatie in de moderne wereld en de evolutie ervan in de loop van de tijd ontdekken.
Decentralisatie is het ongedaan maken van eerdere centralisaties.
De term wordt vooral gebruikt bij overheden en andere organisaties als bevoegdheden minder centraal worden geregeld. Een voorbeeld is het opsplitsen van één groot (staats)bedrijf in losse onderdelen.
De bekende organisatiedeskundige Henry Mintzberg geeft in zijn boek Organisatiestructuren[1] drie voordelen van decentralisatie:
Naast de voordelen die Mintzberg aanhaalt, kan decentralisatie nog meer positieve gevolgen hebben:
Er zijn echter ook nadelen verbonden aan decentralisatie:
Of een organisatie beslist om al dan niet te decentraliseren, zal afhangen van verschillende factoren. De grootte van een organisatie zal vaak een reden zijn om te decentraliseren.
Er bestaan in het staatsrecht twee soorten decentralisatie: territoriale en functionele decentralisatie. Bij territoriale decentralisatie worden bepaalde taken die eerst centraal werden uitgevoerd doorgegeven aan in verschillende gebiedsdelen bestaande organisaties. Bij functionele decentralisatie worden bepaalde taken die eerst op centraal niveau werden uitgeoefend doorgegeven aan organisaties die zich op een specifieke taak concentreren. Voorbeelden van territoriale decentralisatie zijn de decentralisatie naar gemeenten en provincies toe. Een voorbeeld van functionele decentralisatie is de decentralisatie naar openbare lichamen voor beroep en bedrijf, zoals de Nederlandse Orde van Advocaten. De waterschappen hebben beperkte taken en een beperkt territoir. De waterschappen zijn daarom een mengvorm van functionele en territoriale decentralisatie.
Decentralisatie kan plaatsvinden door autonomie en door medebewind. Bij autonomie krijgt een lager orgaan de zelfstandige bevoegdheid tot bestuur. Bij medebewind wordt het lagere orgaan toegestaan hogere regelingen op zelfstandige wijze uit te voeren.