Vandaag zullen we het hebben over Émile Cohl, een onderwerp dat de aandacht heeft getrokken van miljoenen mensen over de hele wereld. Émile Cohl is een fascinerend onderwerp dat in de huidige samenleving voor veel discussie heeft gezorgd. Van de impact ervan op de geschiedenis tot de relevantie ervan vandaag de dag heeft Émile Cohl tot eindeloze vragen en reflecties geleid. In dit artikel zullen we verschillende aspecten van Émile Cohl onderzoeken, van de oorsprong tot de mogelijke implicaties ervan in de toekomst. Of u nu een expert op dit gebied bent of er gewoon meer over wilt weten, dit artikel is voor u. Dus bereid je voor om jezelf onder te dompelen in de spannende wereld van Émile Cohl en ontdek alles wat dit thema te bieden heeft.
Émile Cohl was het pseudoniem van de Fransman Émile Eugène Jean Louis Courtet (Parijs, 4 januari 1857 - Villejuif, 20 januari 1938). Hij was een pionier van de animatiefilm.
Courtet was juwelenmaker van opleiding en werkte als fotograaf, journalist, schilder en illustrator. Hij werkte als perstekenaar onder de vleugels van André Gill en werkte zowel voor het prestigieuze blad Chat noir als voor het antisemitische La libre parole van Édouard Drumont.
In 1892 woonde hij een voorstelling van het Optisch Theater van Émile Reynaud bij in het Musée Grevin. Hierin werden figuren geprojecteerd, die rechtstreeks op de film waren geschilderd. Cohl kwam in de ban van dit nieuwe medium en hij realiseerde in 1908 de animatiefilm Fantasmagorie voor de firma Gaumont. Hierna produceerde Émile Cohl nog zowat 300 tekenfilms, waarvan er zo'n 60 bewaard zijn gebleven. Hij werkte ook in New York en was actief tot 1923. Zijn tekenfilms met vreemde verhalen worden omschreven als uitdrukkingsvorm van het kubisme, het dadaïsme en het surrealisme.
Hij eindigde zijn leven in armoede en stierf in 1938 nadat zijn baard vuur had gevat.
Émile Cohl wordt beschouwd als een grondlegger van de animatiefilm. De tekenfilmschool École Émile Cohl in Lyon is naar hem genoemd.
Thomas Campi en Fred Duval, Fantasmagorie, Spirou, 4271, 19 februari 2020, p. 44-47