In de wereld van vandaag is Wetboek van Strafvordering (Nederland) een onderwerp geworden dat van groot belang is voor verschillende mensen over de hele wereld. Sinds zijn opkomst heeft Wetboek van Strafvordering (Nederland) de aandacht getrokken van zowel experts als enthousiastelingen, wat heeft geleid tot diepgaande debatten, onderzoek en analyses over de implicaties en repercussies ervan. Met een voelbare impact op de hedendaagse samenleving is Wetboek van Strafvordering (Nederland) erin geslaagd verschillende gebieden van het dagelijks leven te doordringen, van de politiek tot de populaire cultuur, en is het een fenomeen geworden dat niemand onverschillig laat. In dit artikel zullen we de verschillende aspecten die verband houden met Wetboek van Strafvordering (Nederland), de evolutie ervan in de loop van de tijd en de invloed ervan op verschillende aspecten van de hedendaagse samenleving grondig onderzoeken.
Wetboek van Strafvordering | ||||
---|---|---|---|---|
Citeertitel | Wetboek van Strafvordering | |||
Titel | Wet van den 15den Januari 1921, houdende vaststelling van een Wetboek van Strafvordering | |||
Afkorting | Sv WvSv | |||
Soort regeling | Wet in formele zin | |||
Toepassingsgebied | ![]() | |||
Rechtsgebied | Strafprocesrecht | |||
Status | Geldend | |||
Goedkeuring en inwerkingtreding | ||||
Aangenomen door | Tweede Kamer op 11 mei 1920 Eerste Kamer op 14 januari 1921 | |||
Ondertekend op | 15 januari 1921 | |||
Gepubliceerd in | Stb. 1921, 14 Stb. 1925, 343 (tekst) | |||
In werking getreden op | 1 januari 1926 | |||
Geschiedenis | ||||
Opvolger van | Code d’Instruction Criminelle (1811) Wetboek van Strafvordering (1838) | |||
Wijzigingen | Externe lijst | |||
Lees online | ||||
Wetboek van Strafvordering | ||||
|
Het Wetboek van Strafvordering (afgekort tot Sv.) bepaalt hoe strafbare feiten vervolgd worden (formeel strafrecht). Wat de strafbare feiten zijn en welke straffen ervoor kunnen uitgesproken worden, is te vinden in het Wetboek van Strafrecht (materieel strafrecht). Deze twee wetboeken vormen de basis van het Nederlandse strafrecht.
Indeling en voorbeelden van titels en bepalingen:
Zie ook opsporingsbevoegdheden.
De Aanwijzing Kader voor Strafvordering bevat een puntensysteem voor strafvordering. Daarop aansluitend is er per delict een Richtlijn voor strafvordering. Verder is er de Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen. Zie ook boete. De aanwijzingen en richtlijnen zijn besluiten van het College van Procureurs-Generaal, dat is het bestuur van het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie is in Nederland belast met de vervolging van strafbare feiten. De aanwijzingen en richtlijnen binden de bij het openbaar ministerie werkzame personen, zoals officieren van justitie en advocaten-generaal, maar zij binden niet de rechter. De rechter is alleen gebonden aan wettelijke voorschriften, zoals wetten die door de Staten-Generaal zijn vastgesteld en daarop gebaseerde wettelijke voorschriften.
Diverse bepalingen in het Wetboek van Strafvordering refereren aan de maximale gevangenisstraf, bijvoorbeeld:
Artikel 67 bepaalt dat een bevel tot voorlopige hechtenis onder meer kan worden gegeven in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.
Dit gebeurt ook indirect, bijvoorbeeld:
Artikel 54 bepaalt dat ook buiten het geval van ontdekking op heterdaad de officier van justitie bevoegd is de verdachte van enig strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, aan te houden en naar een plaats van verhoor te geleiden; hij kan ook diens aanhouding of voorgeleiding bevelen. Ook de hulpofficier van justitie is bevoegd tot het afgeven van bevel van aanhouding buiten heterdaad, mits het niet mogelijk is het besluit van de officier van justitie af te wachten.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid is in 2014 gestart met de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. In 2017 zijn de eerste voorstellen voor alle zes de boeken van het wetboek gepubliceerd en startte de consultatie. In 2019 zijn de voorstellen naar de Raad van State gestuurd voor advies.[1][2]