In de wereld van vandaag is Rode neusbeer een onderwerp dat de aandacht heeft getrokken van veel mensen op verschillende terreinen. Van de impact ervan op de samenleving tot de relevantie ervan vandaag de dag is Rode neusbeer voor velen een aandachtspunt geworden. Met technologische vooruitgang en veranderingen in de sociale dynamiek is Rode neusbeer geëvolueerd en aangepast aan de eisen van de moderne wereld. In dit artikel zullen we Rode neusbeer en de betekenis ervan in de huidige context verder onderzoeken, evenals de verschillende perspectieven die rond dit onderwerp bestaan.
Rode neusbeer IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2015) | |||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
Soort | |||||||||||||
Nasua nasua (Linnaeus, 1766) | |||||||||||||
Afbeeldingen op ![]() | |||||||||||||
Rode neusbeer op ![]() | |||||||||||||
|
De rode neusbeer of honingbeer[2] (Nasua nasua) is een neusbeer uit Zuid-Amerika.
De rode neusbeer lijkt op een wasbeer met een lange, spitse snuit. De vacht is rood-, grijs- of geelbruin. De staart is geringd. De lichaamslengte is 41-70 cm, de staartlengte 42-70 cm en het gewicht 2,5 tot 7 kg.
Ze trekken in groepen van tien tot twintig individuen door het oerwoud. Contact met elkaar onderhouden ze met een speciale roep. Ze gaan al krabbelend en snuffelend op zoek naar vruchten en wortels, maar ook insecten en andere diertjes. Bij gevaar - hun natuurlijke vijanden zijn grote katachtigen en wurgslangen - vluchten ze meestal in de bomen. Ongetwijfeld doet de slurfachtige neus uitstekend dienst als reukorgaan. Hun fikse gebit gebruiken ze om dierlijke prooien te doden, zich te verdedigen en in gevechten om de macht met soortgenoten. Rode neusberen eten paddenstoelen, vruchten en insecten.
Na een draagtijd van 10 tot 11 weken worden in een boomnest twee tot zeven jongen geboren. Volwassen mannetjes eten meer dierlijk voedsel, soms zelfs de jongen van de eigen soort.
Deze soort komt voor in uiteenlopende habitats van Zuid-Amerika. In Suriname in het een beschermde diersoort. De jacht erop is verboden.[3]
Gezien de mogelijke impact van de soort op broedvogels, amfibieën en ongewervelden, staat de soort sinds 2016 op de lijst van invasieve exoten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie[4], de Unielijst. Dit betekent dat deze soort niet langer in de Europese Unie mag worden ingevoerd, gehouden, vervoerd, gecommercialiseerd, gekweekt, gebruikt, uitgewisseld of vrijgelaten in de natuur. Bovendien geldt voor lidstaten de plicht om te proberen de in de natuur aanwezige exemplaren op te sporen, te verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.