In dit artikel wordt ingegaan op de kwestie van Low fidelity, die de laatste tijd aanzienlijk aan relevantie heeft gewonnen. Low fidelity is een interessant onderwerp geworden voor een breed spectrum van mensen, omdat de invloed ervan zich uitstrekt tot verschillende gebieden van het dagelijks leven. Van het persoonlijke tot het professionele niveau heeft Low fidelity zichzelf gepositioneerd als een punt van discussie en reflectie op verschillende gebieden. In dit artikel zullen verschillende aspecten met betrekking tot Low fidelity worden geanalyseerd, met als doel een alomvattende en verrijkende visie op dit huidige probleem te bieden.
Low fidelity, ook wel lo-fi of lofi, is het opnemen of afspelen van muziek in een lagere kwaliteit dan technisch haalbaar is. Het is de tegenhanger van high fidelity. Begin jaren negentig werd deze DIY-stroming populairder door de komst van de relatief goedkope 4-sporencassetterecorders van het merk Porta. Hierdoor werd het voor muzikanten mogelijk om thuis muziek vast te leggen, in plaats van in een dure studio.
Bij muziek die in lo-fi is opgenomen wordt dit tegenwoordig vaak bewust gedaan om een "authentiek" geluid te verkrijgen.
Voorbeelden hiervan zijn:
Lo-fi is ook de naam van een apart muziekgenre uit de alternatieve indierock, die ongeveer tegelijkertijd met de grunge ontstond. De term home taping is in veel gevallen een synoniem voor het genre, omdat veel lo-fi-artiesten hun werk thuis opnemen.
In alfabetische volgorde:
Veelal worden een aantal bekendere bands ook aangeduid als lo-fi-bands hoewel dit discutabel is, omdat deze weliswaar op veelal onconventionele wijze opnemen en gebruikmaken van ruis en andere toevalselementen, maar dit uitwerken in een gehuurde studio met vaak zeer geavanceerde en dure vintage-apparatuur om een nostalgische sfeer toe te voegen aan hun muziek.