Het onderwerp Bonbon (zoetigheid) is een onderwerp dat interesse en debat heeft gegenereerd in de huidige samenleving. Sinds zijn oorsprong is Bonbon (zoetigheid) een object van studie en reflectie geweest, wat tegenstrijdige meningen en tegenstrijdige standpunten heeft voortgebracht. In dit artikel willen we op objectieve en uitputtende wijze verschillende aspecten met betrekking tot Bonbon (zoetigheid) behandelen, van de historische achtergrond tot de relevantie ervan in de huidige context. Verschillende perspectieven zullen worden geanalyseerd, relevante gegevens zullen worden gepresenteerd en we zullen proberen een globale en volledige visie op Bonbon (zoetigheid) te bieden, met als doel een bijdrage te leveren aan het debat rond dit zeer relevante onderwerp.
Een bonbon is een lekkernij die meestal bestaat uit een omhulsel van chocolade met daarbinnen een vaak romige vulling, soms ook likeur. Een ander woord voor deze zoete versnapering is Belgische praline.
Dit dient te worden onderscheiden van Franse praline, een product van hazelnoot en karamel zonder chocolade.
Het woord bonbon is aan het Frans ontleend, waar het de algemene benaming is voor snoepgoed. Het oorspronkelijke Franse woord is een verdubbeling van het bijvoeglijk naamwoord bon, dat "goed" – of in dit geval vooral "lekker" – betekent. Het woord raakte vanaf de 17e eeuw in gebruik binnen het Franse hof.[1]
Het product dat bijvoorbeeld in het Nederlands kortweg bonbon heet, staat in het Frans bekend als bonbon de chocolat.
Bonbons worden van oudsher met de hand gemaakt door een banketbakker, patissier of confiserie. Met name Frankrijk en België staan hierom bekend.
Ook in Nederland worden dergelijke bonbons ambachtelijk gemaakt, maar deze genieten voornamelijk lokale bekendheid.[bron?] Bekende Nederlandse bonbonfabrieken zijn De Baronie en het voormalige Ringers.[2]