In dit artikel gaan we dieper in op Albertina (Wenen) en verkennen we alle facetten van dit onderwerp. Van de geschiedenis en evolutie tot de impact ervan op de hedendaagse samenleving, we zullen alle relevante aspecten behandelen en gedetailleerde informatie verstrekken zodat onze lezers Albertina (Wenen) volledig kunnen begrijpen. We zullen analyseren hoe Albertina (Wenen) verschillende gebieden heeft beïnvloed, van de wetenschappelijke tot de culturele sfeer, en we zullen de relevantie ervan in de hedendaagse context onderzoeken. Daarnaast zullen we ook de mogelijke toekomstige implicaties van Albertina (Wenen) onderzoeken en hoe het de wereld de komende jaren zou kunnen blijven transformeren.
Albertina | ||||
---|---|---|---|---|
De façade van de Albertina (Palais Erzhertog Albrecht)
| ||||
Locatie | Wenen, Oostenrijk | |||
Coördinaten | 48° 12′ NB, 16° 22′ OL | |||
Type | Kunstmuseum | |||
Openingsdatum | 1776 (1919) | |||
Personen | ||||
Directeur | Klaus Albrecht Schröder | |||
Bezoekers | 1.001.294 (2019)[1] | |||
Lid van | ICOM, ICAM, MÖ | |||
Afbeeldingen | ||||
De entree met de Soravia-Wing
| ||||
Officiële website | ||||
|
De Albertina is een kunstmuseum in het paleis Erzherzog Albrecht in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Het museum is genoemd naar aartshertog Albert Casimir van Saksen-Teschen, wiens prentenkabinet aan de basis ligt van het huidige museum.
Albert Casimir van Saksen-Teschen begon zijn verzameling in 1776 in Presburg (tegenwoordig Bratislava, de hoofdstad van Slowakije), waar hij als stadhouder van Hongarije resideerde. Nadat hij in 1780 landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden was geworden, verhuisde de verzameling met hem mee naar het door hem gebouwde kasteel van Laken in Brussel. In 1795 vestigde Albert Casimir zich in het Palais Taroucca in Wenen, het huidige Palais Erzherzog Albrecht. Sinds 1822, Alberts sterfjaar, is de collectie voor het publiek toegankelijk.
In 1919 gingen gebouwen en collecties in eigendom over naar de Oostenrijkse staat. In 1920 werd de collectie samengevoegd met die van de Kaiserliche Hofbibliothek. Vanaf die tijd heten zowel het gebouw als de collectie Albertina. De Albertina was in de 20ste eeuw een prentenkabinet, en in dat opzicht een van de voornaamste ter wereld.
Aan het eind van de 20ste eeuw werd het museum gesloten voor een grootscheepse verbouwing. Bij de heropening in 2003 was het museum voorzien van een opvallend en niet onomstreden vleugeldak, dat de naam van de sponsor kreeg: de Soravia Wing. De ingang van het museum bevond zich niet langer op het straatniveau, maar boven op het Augustinerbastei waarop het Palais Erzherzog Albrecht staat. Bezoekers bereiken deze ingang met een roltrap, waarvoor een aantal beelden van de Danubiusbrunnen plaats moest maken. De nieuwe entree werd ontworpen door Hans Hollein.
Sinds de verwerving van de collectie Batliner in 2007 herbergt de Albertina ook een toonaangevende afdeling klassiek-moderne schilderkunst. Ook kwamen er een afdeling fotografie en een afdeling architectuur. De verwerving van de collectie Essl, die uit naoorlogse kunst bestaat, was in 2018 de aanzet tot de inrichting van een filiaal, het Albertina Modern, dat sinds 2020 in het Künstlerhaus aan de Karlsplatz is gevestigd.
De collectie van de Albertina bestaat uit vijf onderdelen:
Naast de permanente expositie worden in de Albertina wisseltentoonstellingen gehouden. De eerste tentoonstelling na de heropening in 2003 was gewijd aan Edvard Munch. De meeste bezoekers trokken de tentoonstellingen over Vincent van Gogh (ca. 590.000 bezoekers, 2008), Claude Monet (536.000 bezoekers, 2018) en Albrecht Dürer (422.000, 2019/20).[2]